Le Grand Bateau

Men denkt meteen „meisje zingt in het frans, hier en daar accordeon…dit kan niet anders dan Franse chanson zijn”. Wie enkel voor deze redenen deze groep zou opzoeken zal er aan zijn voor de moeite.  Le Grand bateau produceert een geheel eigen geluid met invloeden uit verschillende stromingen. Hun muziek benoemen of categoriseren is geen sinecure en zou volledig achterhaald zijn. Wat de tekst vraagt, krijgt hij…ongeacht het genre. De teksten en muziek zijn intrinsiek en beide onderhevig aan elkaar. Alhoewel de nummers schijnbaar levendig klinken, worden ze vergezeld door eerder zwaarmoedigere teksten. De inspiratie voor de songs wordt, zoals wel vaker bij het songschijven, gehaald uit eigen ervaringen of verhalen die aan ‚den toog’ of in een gesprek opgevangen worden. Alhoewel de nummers veelal over personen gaan, visualiseren zij vooral een oprechte emotie.  Achter elke façade gaat een verhaal schuil.

Niettegenstaande deze contradictie en uiteenlopendheid, is er een saus die alles bind. Die saus wordt door de groepsleden op een zeer ongedwongen manier bereid. Het zeer interessante karakter die de songs in zich dragen ontstaan uit de verscheidden levenswijzen van de groepsleden. Allen met andere muzieksmaak, opvattingen en karakters; Hier heeft de muziek zijn complexiteit aan te danken…

Maar om het op een ongecompliceerde manier te zeggen; Zij brengen vooral mooie, oprechte en levendige nummers. Een plezier om naar te luisteren, een plezier om het hen te zien brengen. Zij zijn noch zwart, noch wit…eerder grijs ( als het belgische weer). Zij brengen u ‚chanson belge’

Piano :(Kapitein) Yves Meersschaert, zang: Aster Van Vaerenbergh, Gitaar: Thomas Noël, drums :Wouter Vanden bossche: bas: Sophie Cavez.

“Jeune fille, voix française, un air d’accordéon… facile… de la chanson française!” L’amateur de ce genre de musiques pourrait s’y méprendre… en effet, le son du « Grand Bateau » lui est vraiment propre, amalgame issu d’influences diverses. Attribuer une étiquette ou une catégorie à leur musique n’est pas une sinécure, pire… ce serait une vaine entreprise. Comme les paroles sont exigeantes, ce sont elles qui imposent le genre, si bien que paroles et musique sont intrinsèques et soumises les unes à l’autre. Bien que la vivacité caractérise certains sons, les paroles qui leur sont superposées expriment quelquefois un certain vague à l’âme. L’inspiration pour ces paroles est glanée, comme le veut si souvent la coutume en la matière, au travers de l’expérience de la vie, de récits entendus au coin d’un comptoir ou encore au fil des conversations. Certes elles brossent le portrait d’un personnage, mais l’émotion qui transparait est sincère. Chaque façade recèle une histoire.

Malgré cette contradiction et ce paradoxe, une certaine unité caractérise l’amalgame: cette unité, c’est l’authenticité des membres du groupe. Chaque membre du groupe vit une vie particulière, et c’est la synthèse de ces modes de vie divergents, sur scène ou en studio, issus notamment de goûts musicaux, de conceptions et de caractères différents, qui donne à la musique sa complexité…

Mais bon, soyons simples et francs : les morceaux du « Grand Bateau » sont décomplexés et vivants, plaisir de l’écoute, plaisir de jouer. Les tonalités ne sont ni noires ni blanches, mais grises, comme la météo de ce pays. Non, ce n’est pas de la chanson française : ce sont des chansons belges.

Piano : le capitaine, Yves Meersschaert, chant Aster Van Vaerenbergh, guitare: Thomas Noël,  batterie :Wouter Vanden bossche: basse: Sophie Cavez.